mindfulness

SESSIE 4: De zijn-stand

"Maak het hier-en-nu je primaire focus in je leven"– Eckhart Tolle

Wat gaan we vandaag doen?

In deze sessie leren we over het verschil tussen de doe-stand en de zijn-stand. We introduceren daarna een nieuwe oefening die helpt om hier controle over te krijgen.

Succes!

De doe-stand en de zijn-stand

Je kunt op twee manieren dagelijkse activiteiten ondernemen. Namelijk in de zijn-stand en in de doe-stand. We leggen het verschil uit:

Doe-stand

De doe-stand is de stand waarin je in je hoofd bezig bent. Je bent bezig met nadenken (analyseren, (be)oordelen, vooruit denken of aan het verleden denken, plannen maken). Deze stand is regelmatig nodig om goed te kunnen functioneren. Maar zit je teveel in de doe-stand dan vergeet je te leven. Je leeft dan namelijk in je hoofd, in allerlei hypothetische scenario’s en herinneringen. Vaak gebeurt dit op de automatische piloot en het leven lijkt aan je voorbij te gaan, je hebt niet eens door dat je in je hoofd leeft. 

Oftewel: je leeft in je hoofd en niet in de wereld.

Zijn-stand

De zijn-stand is de stand van… zijn. En niets meer dan dat. Aanwezig zijn in het hier-en-nu zoals het is, zonder er iets van te vinden. Je zintuigen geven je informatie over waar je bent en wat je voelt. Er is op dit moment niets anders dan dit moment. Je leeft niet in een wereld die je in je hoofd creëert zoals je doet als je piekert of bedenkt wat je straks wil koken. Je bent niet bezig met doelen bereiken. Dat wil niet zeggen dat je niets uitvoert, je kunt namelijk erg actief en productief zijn in de zijn-stand. Het is de stand waarin je de controle los kunt laten.

Oftewel: je hebt aandacht voor het hier-en-nu.

Mindfulness leert je om te kunnen schakelen tussen de doe-stand en de zijn-stand. Beide standen zijn nodig op verschillende momenten. Maar de meeste mensen zitten standaard in de doe-stand bij alles wat ze tegenkomen. Dat is begrijpelijk, want vanuit de doe-stand kun je problemen oplossen en dingen bereiken. Het nadeel van telkens in de doe-stand zitten is dat je dan veel meer last hebt van stress, piekeren, minder goed slapen, etc. Daarom is het belangrijk om ook te leren schakelen naar de zijn-stand. Hoe beter dit lukt, hoe beter je de balans kunt vinden tussen spanning en ontspanning.

Tijdens het ontwikkelen van jouw mindfulness-vaardigheden zul je waarschijnlijk merken dat je heel vaak onbewust terugschakelt naar de doe-stand. Dit ben je je hele leven al gewend om te doen, dus dat is ook niet zo gek. Door veel te oefenen krijg je er steeds meer grip op. Tot je op een gegeven moment zo ver bent dat je niet meer hoeft te oefenen: je hebt de grip te pakken en je kunt vrijuit sturen tussen de doe-stand en de zijn-stand op een onbewust niveau.

Voorbeelden van de doe-stand:

  • Onderweg in de auto bedenken wat je straks moet doen
  • Denken aan hoe iets vorige week is gegaan
  • Zorgen maken over iets dat eraan zit te komen
  • Koffie drinken terwijl je met je gedachten ergens anders bent

Voorbeelden van de zijn-stand:

  • Genieten van de activiteit die je nu uitvoert
  • Doorhebben dat er gedachten naar boven komen waar je nu niets mee gaat doen
  • Bewust zijn van wat je op dit moment ervaart
  • Voelen hoe je lichaam voelt
  • Een wandeling maken waarbij je aandacht hebt voor het uitzicht en het weer

Schakelen naar de zijn-stand

Je zult tijdens deze cursus ongetwijfeld merken dat je vaak in de doe-stand zit. Het zal je bijvoorbeeld opvallen dat je best vaak in je hoofd leeft.

Je kunt schakelen naar de zijn-modus door bewust je aandacht te richten op wat er in het hier-en-nu aanwezig is. Je richt je aandacht dus niet op de wereld in je hoofd maar de échte wereld zoals deze nu is.

Hoe richt je dan je aandacht op het hier-en-nu? Dat is een vaardigheid die je kunt oefenen door bewust je aandacht te richten op iets in het hier-en-nu. Een handige tool hiervoor is je eigen ademhaling. Die gaan we gebruiken in de volgende oefening.

oefening

Je gaat weer luisteren naar een gesproken opname. In deze oefening richt je je aandacht op je ademhaling. Dat is een handige tool om in de zijn-stand te komen. 

Vind je het niet zo prettig werken met een opname? Geen probleem! Probeer de opname wel een keer. Daarna kun je de oefening zelfstandig uitvoeren zonder gesproken instructies, wetende wat de bedoeling is van de oefening.

Hoe ging de oefening?

Reflecteer kort op deze oefening.

  • Wat was de bedoeling van deze oefening?
  • Hoe ging het? Kostte het veel moeite of ging het je makkelijk af?
  • Hoe is het om naar de opname te luisteren?

Huiswerk

De opdracht voor deze week is om de doe-stand en de zijn-stand te herkennen. Vraag jezelf elke dag minimaal 2x af of je in de doe-stand of de zijn-stand zit.

Merk je dat je in de doe-stand zit? Dat zal heel vaak voorkomen. Probeer dan bewust naar de zijn-stand te schakelen. Het kan dan helpen om je aandacht te richten op een paar ademhalingen. Natuurlijk kun je ook uitgebreid stil staan bij je ademhaling, dat mag je zelf kiezen. Dat kun je dan zelfstandig doen of met behulp van de opname.

Sessie afgerond!

In deze sessie hebben we het verschil geleerd tussen de doe-stand en de zijn-stand. De meeste mensen zitten bijna non-stop in de doe-stand terwijl het ook belangrijk is om regelmatig in de zijn-stand te zitten. Daarmee voorkom je allerlei klachten en ervaar je veel voordelen. Je hebt geleerd dat je naar de zijn-stand kunt schakelen door bewust je aandacht te richten op het hier-en-nu. Je hebt hiervoor een oefening gekregen zodat je dit goed kunt trainen. 

Veel succes!